GO

Graspieper

De graspieper is het hele jaar te zien in Nederland al trekken ze wel. De graspieper zien we vooral in graslanden en op akkers met veel sloten en dijkjes. Hij broedt in korte vegetatie in een open landschap.

 

Hoe herken ik de de graspieper?

De onderzijde van de graspieper is crème tot licht oranje met lange, donkerbruine strepen. Deze strepen zijn ook op de borst te zien. De bovenkant van de graspieper is licht grijzig tot warm bruin met donkere strepen. Hij heeft een kleine, gestreepte, dunne snavel en de buitenste staartpennen zijn wit. Ook heeft hij een opvallende oogring. Het is een kleine vogel van ongeveer 15 cm.

De graspieper heeft spillepoten en een wippende staart. Ze lopen in plaats van te hippen. In de lucht is het een fladderaar die schokkerig en golvend vliegt. Graspieper roept dun: ‘ pie pie pie’ of ‘siep siep’ en scherp ‘pit’.

 

Waar leeft de Graspieper?

De Graspieper broedt in korte begroeiing in allerlei open landschappen: open duin, heide, kwelders en open hoogveengebieden. In boerenland in graslanden en bouwlanden en met veel sloten en dijkjes. Met name ‘s winters te vinden op de akkers.

 

Wat eet de Graspieper?

De Graspieper eet insecten, spinnen,  langpootmuggen en vliegen tot een lengte van ca. 5 mm. Buiten de broedtijd eet hij ook wel zaden. Voedsel wordt lopend gezocht en van de grond af of van korte begroeiing tot ca. 10 cm hoogte gepikt.

 

Blijft de Graspieper hier in de winter of gaat hij weg?

De Graspieper trekken na de broedtijd grotendeels weg naar Zuidwest-Europa. Tijdens zachte winters begint de voorjaarstrek echter al weer rond eind februari. Bij koude weer zien we de graspieper pas later. Gemiddeld zien we de meeste Graspiepers weer rond half april terug. In het najaar trekken de vogels naar hun overwinteringsgebied ongeveer vanaf eind september, tot half oktober.  Bijvoorkeur trekken de vogels in de ochtend.